Ouderrol, volwassenrol en kindrol: wat betekenen ze voor jouw communicatie?
Ouderrol, volwassenrol en kindrol zijn begrippen uit de transactionele analyse die verklaren waarom communicatie soms soepel verloopt en soms volledig ontspoort. Ik merk in mijn werk dat het zelden misgaat op inhoud. Het gaat mis op houding. Op onderliggende overtuigingen. Op macht. Op niet uitgesproken verwachtingen.
Wanneer jij leert herkennen vanuit welke rol jij communiceert, en welke rol je oproept bij de ander, verandert je invloed direct.
Wat is de kern van de transactionele analyse?
De transactionele analyse, ontwikkeld door Eric Berne, gaat ervan uit dat ieder mens drie egotoestanden in zich heeft:
- Ouder.
- Volwassene.
- Kind.
Dat zijn geen leeftijdsfasen, maar innerlijke houdingen. In elk gesprek vindt een transactie plaats: een actie en een reactie. Hoe die transactie verloopt, bepaalt of een gesprek constructief of destructief wordt. De TA rust op drie fundamentele uitgangspunten:
- Mensen zijn oké.
- Mensen kunnen verantwoordelijkheid nemen.
- Mensen kunnen eerdere beslissingen herzien.
Het doel van de TA is autonomie. Autonomie betekent dat je bewust reageert in het hier en nu, in plaats van automatisch vanuit oude patronen.

Doe de communicatietest!
Bij De Steven kun je een communicatietest doen om inzicht te krijgen in jouw sterke punten en valkuilen, wanneer het over communicatie gaat.
Zo krijg je inzicht in jouw communicatie-ontwikkeldoelen!
Communicatietraining
Wil je een training volgen om jouw communicatievaardigheden te ontwikkelen?
- individuele communicatietraining
- teamtraining communicatie verbeteren
Wat is het verschil tussen ouderrol, volwassenrol en kindrol?
Communicatie vanuit de volwassenrol laat zich niet leiden door (voor)oordelen en gevoelens. Kenmerkend zijn: vragen stellen, luisteren, denken, analyseren en informatie verzamelen. Kenmerk is ook: afspreken en afspraken maken. Nog een heel belangrijk kenmerk is: gelijkwaardigheid.
Communicatie vanuit de ouderrol is gebaseerd op het overbrengen van normen, waarden en oordelen. Adviserende, zorgzame, bekritiserende, betuttelende en autoritaire uitlatingen komen uit de ouderrol. Maar ook: beschuldigen, veroordelen, dreigen en mopperen. Of juist: heel zorgzaam zijn, bemoeien, redder spelen. Vanuit de ouderrol stel je je boven de ander.
Communicatie vanuit de kindrol is gericht op goedkeuring en aandacht krijgen van de ander. Het kind doet dit door heel gehoorzaam te zijn (geduld hebben, anderen naar de zin willen maken, zich afhankelijk en passief op te stellen, slachtoffer zijn) of juist door te rebelleren. In de kindrol stel je de ander boven jezelf en gedraag jij je ondergeschikt.
Hoe communiceer je in de volwassenrol?
De volwassenrol is de positie van gelijkwaardigheid. Hier reageer je op basis van feiten, informatie en het hier en nu. Kenmerken zijn:
- Vragen stellen.
- Luisteren.
- Doorvragen.
- Analyseren.
- Informatie verzamelen.
- Afspraken maken.
- Verantwoordelijkheid nemen voor eigen behoeften en gevoelens.
De volwassenrol laat zich niet leiden door (voor)oordelen of emoties uit het verleden.
Voorbeeld:
‘Lukt het jou om vanmiddag de notulen af te hebben? Ik heb ze morgenvroeg nodig.’ Mogelijke reacties:
- Vanuit de volwassenrol: ‘Ik ga kijken wat ik voor je kan doen. Hoe laat heb je ze uiterlijk nodig?’
- Vanuit de kindrol: ‘Je ziet toch dat ik het te druk heb en ik was ook nog van plan om een uur eerder naar huis te gaan want ik moet nog langs de apotheek.’
- Vanuit de ouderrol: ‘Je komt ook altijd op het laatste moment met dit soort vragen. Als je je werk nou eens proactiever indeelt, dan zou dat een hoop schelen.’
In de volwassenrol blijft het gesprek open en gelijkwaardig. Lees ook: wat is volwassen?

Hoe communiceer je van uit de ouderrol?
De ouderrol is gebaseerd op normen, waarden en oordelen die we hebben overgenomen van belangrijke opvoeders en autoriteiten. De ouderrol kent drie varianten:
- Zorgend.
- Beschermend.
- Kritisch.
De zorgende ouder
Warm, behulpzaam en betrokken. Maar soms overbehulpzaam of overzorgend. Voorbeelden:
- ‘Maak je daar maar niet druk om, daar zorgen wij wel voor.’
- ‘Zit je daar nu echt over in? Je staat er niet alleen voor.’
- ‘Zal ik dat even voor je doen?’
- ‘Laat dat maar aan mij over.’
- ‘O, dat doe ik wel even voor je.’
Hier neem je verantwoordelijkheid over van de ander.
De beschermende ouder
De beschermende ouder wil voorkomen dat er iets misgaat. Beschermend kan helpend zijn, maar overbeschermen komt vaak voort uit eigen angst of controledrang. Voorbeelden:
- ‘Pas op dat je de deadline niet over het hoofd ziet.’
- ‘Let goed op dat je geen fouten maakt.’
- ‘Denk eraan wat de consequenties zijn.’
- ‘Ik controleer het eerst nog even voordat het eruit gaat.’
Wanneer bescherming doorslaat, wordt het controlerend.
De kritische en corrigerende ouder
Oordelend en normatief. Hier wordt duidelijk wat goed en fout is. Voorbeelden:
- ‘Je begrijpt toch niet dat ze zo stom konden zijn.’
- ‘Ja hoor, daar kom je nu pas mee aan? We hadden toch afgesproken dat?’
- ‘Je zult moeten begrijpen dat je als leidinggevende een voorbeeldfunctie hebt.’
- ‘Ik wil gewoon dat iedereen zich aan de afspraken houdt en daarmee is het over en uit.’
- ‘Ja, dat hij in de puree zit, is zijn eigen schuld. Dan had hij maar bij zijn vrouw moeten blijven.’
- ‘Ik ga je nu niet helpen: door jouw eigen stommiteiten heb jij je in de nesten gewerkt.’
- ‘Zal je dat nu wel doen?’
Ook algemene oordelen horen hierbij:
- ‘Die jeugd heeft het tegenwoordig wel erg gemakkelijk vergeleken bij vroeger.’
- ‘Dat is typisch iets voor ambtenaren, dat duurt wel weer zes weken voor je antwoord krijgt.’
De ouderrol plaatst zich boven de ander. Lees ook: verbeteren, corrigeren of bekritiseren?
Hoe communiceer je vanuit de kindrol?
De kindrol is gericht op aandacht, goedkeuring of bescherming. Hier reageer je vanuit emotie. De kindrol kent vier posities:
- Ik ben oké, jij ook.
- Ik ben oké, jij niet.
- Ik ben niet oké, jij wel.
- Ik ben niet oké, jij ook niet.
Innerlijk kind: jouw pure, gekwetste, overlevende of gewonde kind

Ik werk het onderstaand voor je uit:
-
Jezelf aanvaarden en de ander aanvaarden
De kind-positie Ik ben ok, anderen ook wordt gevormd in een jeugd waar veiligheid, vertrouwen en liefde de boventoon voerden. Je hoefde je niet te laten gelden en je hoefde je niet te bewijzen. Je kreeg geen waardering om jouw prestaties maar omdat jouw ouders jou lief hadden. Zelfs al deed je wat verkeerd en je kwam met jouw kinderfiets tegen de auto aan dan wist je dat jouw vader en moeder je nooit zouden afwijzen. Wanneer je verdrietig was kon je bij hen terecht. Je ouders hielden van je zoals je bent en ook al werd je gedrag soms afgekeurd, jij werd als persoon nooit afgewezen.
-
Jezelf afwijzen en de ander aanvaarden
Voortdurend kritiek krijgen, afgewezen worden, gecorrigeerd of terecht gewezen worden kan ervoor zorgen dat de overtuiging ontstaat dat je niet deugt. In ieder geval kan het geloof ontstaan dat anderen beter zijn dan jij, beter presteren dan jij of dat ze leuker, slimmer en intelligenter zijn.
Overzorgzaamheid, bemoederend optreden van ouders, broers en zussen kunnen dit gevoel (ik ben niet ok, jij wel) versterken. Gedrag in de trant van: ‘o dat doe ik wel even voor je’ of ‘laat dat maar aan mij over’. Overmatig veel ongevraagde adviezen versterken dit gedrag eveneens. Zo van ‘joh, dat moet je niet gaan doen’ of ‘probeer jij eerst maar eens een HBO opleiding te halen, dat heeft je vader ook gedaan’.
Het versterkt in de overtuiging dat je niet deugt, niet goed genoeg bent, te weinig verstand of talent hebt. Je voelt je diep afgewezen van binnen. Dat doet pijn en geeft verdriet.
-
Jezelf aanvaarden en de ander afwijzen
Kinderen die verwend zijn of voortdurend op een voetstuk werden geplaatst, kunnen daar op latere leeftijd de wrange vruchten van plukken. Ze zijn als het ware over-bevestigd, ze hebben een onrealistisch zelfbeeld gekregen, ze lijden aan zelfoverschatting, zelfingenomenheid en menen dat de wereld aan hun voeten ligt. Op de werkvloer kunnen ze erachter komen dat de leidinggevende dit soort zaken toch wat anders beoordeelt.
Een voorbeeld uit de praktijk is de jongeman die op de lagere en middelbare school ontzettend goed kon leren. Zijn leven lang heeft hij gehoord hoe intelligent hij was. Schoolmeesters, ouders hebben daar in hoge mate aan bijgedragen. Ook de HBO opleiding doorliep hij moeiteloos. Maar daarna kwam hij op de universiteit en feitelijk kwam hij erachter dat sommige andere studenten het gemakkelijker hadden en slimmer waren. En dat was iets waar hij niet mee kon omgaan. Hij werd onzeker, zijn zelfvertrouwen ging teloor in de mist en hij kwam bij de andere kindrol terecht namelijk: ik ben niet OK, zij wel.
-
Jezelf en de ander afwijzen (niets of niemand deugt)
Een andere vorm van de kindrol is: we zijn allemaal niet OK. Vaak ontstaat dit wanneer je je vroeger de mindere hebt gevoeld, de underdog of het pispaaltje van de klas. Er ontstaat een houding van: niets deugt, alles is verkeerd. Het bedrijf waar je werkt? Waardeloos! De leidinggevenden of het management? Niet te vertrouwen. Je voelt je boos, minderwaardig en afgewezen. Want vroeger zag men jou over het hoofd, men nam jou niet serieus, men luisterde niet naar jou en jouw talent werd niet opgemerkt. Er ontstaat verbittering en gelatenheid en het contact met anderen verdwijnt. Je gaat je eenzaam voelen.
Welke kindrollen zijn er?
De kindrol kent meerdere verschijningsvormen. In de transactionele analyse onderscheiden we vooral:
- Het aangepaste kind.
- Het rebelse kind.
- Het vrije kind.
Wanneer iemand veel kritiek of afwijzing heeft ervaren, kan de overtuiging ontstaan dat hij of zij niet deugt. Vanuit die overtuiging ontstaat aangepast of rebels gedrag.
Het aangepaste kind
Het aangepaste kind richt zich op goedkeuring krijgen en conflicten vermijden. Het past zich aan, maakt zich klein of wordt afhankelijk. Kenmerken:
- Pleasen.
- Bevestiging zoeken.
- Zich terugtrekken bij kritiek.
- Verantwoordelijkheid uit handen geven.
Voorbeelden:
- ‘Dit kan ik echt niet hoor, dit is aan mij niet besteed.’
- ‘Doe ik het wel goed?’
- ‘Ik weet het allemaal niet meer hoor.’
- ‘Op mijn leeftijd vind je toch geen baan meer.’
- ‘We kijken wel hoe het gaat.’
Onderliggend speelt vaak de overtuiging: ik ben niet oke, jij wel.
Het rebelse kind
Het rebelse kind verzet zich tegen autoriteit of druk. Waar het aangepaste kind zich klein maakt, zet het rebelse kind zich af. Kenmerken:
- Mopperen.
- Cynisme.
- Tegenwerken.
- Grenzen opzoeken.
Voorbeelden:
- ‘Ach ja, er is toch niets aan te doen.’
- Sarcastische opmerkingen maken.
- Afspreken en vervolgens bewust vertragen.
Het rebelse kind lijkt krachtig, maar reageert nog steeds vanuit afhankelijkheid. Het blijft namelijk reageren op de ouder.
Het vrije kind
Het vrije kind is de gezonde, spontane kant van de kindrol. Hier zit creativiteit, enthousiasme en speelsheid.
Kenmerken:
- Open emoties.
- Nieuwsgierigheid.
- Spontaniteit.
- Creatieve ideeën.
Voorbeeld:
-
‘Wat gebeurt er als we het eens helemaal anders aanpakken?’
De kindrol is dus niet alleen zwak of ondergeschikt. Het gaat erom of je bewust kiest of automatisch reageert. Zodra je onder druk staat, kun je terugvallen in aangepast of rebels gedrag. En dan ontstaat opnieuw de ouder-kinddynamiek.
Waarom leggen we onze gevoelens vaak bij de ander neer?
Een belangrijk principe in de TA is dat ieder mens zelf verantwoordelijk is voor de vervulling van zijn behoeften.
Een positief gevoel is het gevolg van een vervulde behoefte. Een negatief gevoel is het gevolg van een onvervulde behoefte.
Toch leggen mensen vaak de verantwoordelijkheid voor hun gevoelens bij de ander. Voorbeelden:
- ‘Jij stelt me teleur.’
- ‘Ik ben teleurgesteld in jou.’
- ‘Als je op die manier tegen me praat, voel ik me schuldig.’
- ‘Het is door jouw opstelling dat ik zo reageer.’
- ‘Het irriteert me mateloos dat je er nu alweer over begint.’
Hier verschuift verantwoordelijkheid.
Hoe herken je oordelen in je communicatie?
Oordelen zijn uitspraken over de ander in plaats van over gedrag. Voorbeelden:
- ‘Mijn baas is een chaoot.’
- ‘Hij is heel gemakzuchtig.’
- ‘Als ze zo doorgaat, komt er niets van terecht.’
- ‘Op zich is hij wel aardig, maar hij is bijzonder eigengereid.’
- ‘Ik moet nog zien of hij het redt.’
- ‘Ja hoor, daar heb je hem ook weer.’
Dit zijn oordelen vanuit de ouderrol.
Waarom ontsporen gesprekken zo snel?
Communicatie vanuit de ouder- en kindrol is vaak destructief. De ander voelt zich aangevallen of bedreigd en reageert vanuit dezelfde dynamiek. Voorbeeld: ‘Mijn baas is een chaoot.’
Reacties:
- Vanuit kindrol: ‘Ja maar het loopt me ook finaal over de schoenen. Als je ziet wat ik allemaal moet doen, begrijp je wel dat ik er niet aan toe kom om gestructureerd te werken.’
- Vanuit ouderrol: ‘Kijk maar eens naar jezelf hoe jij je taken indeelt.’
Of:
‘Jij hebt me gekwetst.’ Reacties:
- Vanuit kindrol: ‘Het spijt me dat jij je zo aangesproken hebt gevoeld, dat was niet mijn bedoeling.’
- Vanuit ouderrol: ‘Ja, je kwetst mij ook wel eens.’
Hier zie je hoe snel een gesprek vastloopt.
Wat is de machtswip in communicatie?
Wanneer iemand in de ouderrol stapt en zich boven de ander plaatst, ontstaat een machtswip. De ander gaat onder zitten of zet zich af. Deze boven-onder dynamiek blijft doorgaan totdat iemand bewust terugschakelt naar de volwassenrol.
Wat is de dramadriehoek en hoe kom je eruit?
Naast de ouder-, volwassen- en kindrollen is er nog een krachtig model binnen de transactionele analyse: de dramadriehoek. Dit model laat zien hoe mensen in conflictsituaties onbewust drie rollen aannemen:
- Aanklager.
- Redder.
- Slachtoffer.
Deze rollen versterken elkaar en houden een patroon van ongelijkwaardigheid in stand.

De aanklager
De aanklager lijkt op de kritische ouder. Hij wijst, veroordeelt en legt schuld bij de ander. Kenmerken:
- ‘Dit is jouw schuld.’
- ‘Jij doet het altijd verkeerd.’
- ‘Als jij je werk gewoon goed deed, hadden we dit probleem niet.’
Hier staat iemand boven de ander.
De redder
De redder lijkt op de zorgende ouder. Hij neemt verantwoordelijkheid over en helpt ongevraagd. Kenmerken:
- ‘Laat mij het maar oplossen.’
- ‘Ik doe het wel voor je.’
- ‘Zonder mij red je het niet.’
Op het eerste gezicht lijkt dit positief. Maar onderliggend bevestigt de redder dat de ander het zelf niet kan.
Het slachtoffer
Het slachtoffer lijkt op het aangepaste kind. Hij voelt zich machteloos en legt verantwoordelijkheid buiten zichzelf. Kenmerken:
- ‘Ik kan er ook niets aan doen.’
- ‘Het overkomt me steeds weer.’
- ‘Niemand helpt mij.’
In de dramadriehoek wisselen mensen voortdurend van rol. De redder kan zich bijvoorbeeld niet gewaardeerd voelen en vervolgens aanklager worden. Het slachtoffer kan zich op een gegeven moment verzetten en aanklagen.
Zo ontstaat een gesloten systeem waarin niemand werkelijk verantwoordelijkheid neemt. Dit patroon is uitgebreid beschreven in het artikel over de reddingsdriehoek. De uitweg uit de dramadriehoek is volwassen communicatie. Dat betekent:
- Verantwoordelijkheid nemen voor je eigen behoeften.
- Niet redden, maar ondersteunen.
- Niet aanklagen, maar begrenzen.
- Niet slachtofferen, maar kiezen.
Zodra jij uit de dramadriehoek stapt en teruggaat naar de volwassenrol, ontstaat er ruimte voor echte dialoog.
Hoe beïnvloedt je innerlijke criticus jouw communicatie?
De kritische ouder leeft ook in jezelf. Dat is je innerlijke criticus! Zinnen zoals:
- ‘Je had beter moeten weten.’
- ‘Dit doe je nooit goed genoeg.’
- ‘Zie je wel dat je het niet kunt.’
Die innerlijke stem beïnvloedt hoe jij met anderen communiceert.
Waarom schiet je onder stress in ouder- of kindgedrag?
Onder stress gebeurt er iets fundamenteels in ons brein. Wanneer we druk, dreiging of afwijzing ervaren, schakelt ons zenuwstelsel over op overleven. Het rationele deel van ons brein waarmee we analyseren, relativeren en genuanceerd reageren wordt minder actief. Tegelijkertijd worden oudere, snellere systemen geactiveerd die gericht zijn op vechten, vluchten of aanpassen. En precies daar zitten de Ouder- en Kindreacties.
Wanneer je stress ervaart, grijpt je brein terug op wat het al kent. Op oude overtuigingen. Op aangeleerde patronen. Op zinnen die je vroeger hoorde. Dat noem ik terugvallen op eerder gedrag. Dat kan zich uiten als:
- Meer controle willen uitoefenen (Kritische Ouder).
- Anderen willen redden (Zorgende Ouder).
- Je aanpassen om gedoe te vermijden (Aangepast Kind).
- Je afzetten of boos worden (Rebels Kind).
Het is geen zwakte. Het is een automatische stressreactie. Pas wanneer de spanning zakt, kan de volwassenrol weer ruimte krijgen. Dan kun je weer vragen stellen in plaats van verwijten maken. Dan kun je weer luisteren in plaats van verdedigen. Daarom is zelfregulatie zo belangrijk. Hoe sneller jij spanning bij jezelf herkent, hoe sneller je kunt vertragen. En in dat moment van vertraging ontstaat keuze.
Wat is een levensscript en hoe stuurt dat je gedrag?
In je jeugd ontwikkel je overtuigingen over jezelf en anderen. Dat noemen we een levensscript. Bijvoorbeeld:
- ‘Ik moet hard werken om waardering te krijgen.’
- ‘Anderen zijn belangrijker dan ik.’
- ‘Ik moet sterk zijn.’
- Onder stress reageer je vanuit dit script.
Hoe verbeter je jouw communicatie vanuit de volwassenrol?
Bewustwording is de eerste stap. Vraag jezelf af:
- Vanuit welke rol spreek ik nu?
- Wat roept mijn toon op bij de ander?
- Leg ik verantwoordelijkheid bij de ander neer?
- Kan ik terug naar Volwassene–Volwassene contact?
Wanneer jij leert schakelen naar de volwassenrol, verandert jouw communicatie fundamenteel. En daarmee verandert ook jouw invloed.
Wat betekent de transactionele analyse voor leiderschap?
In leiderschap wordt de transactionele analyse pas echt zichtbaar. Leidinggeven is namelijk per definitie relationeel. Iedere interventie, iedere correctie, iedere compliment of stilte roept een reactie op. De rol van waaruit jij leidinggeeft, bepaalt welke dynamiek je in je team creëert.
Wanneer een leidinggevende onbewust in de ouderrol stapt, roept dat vrijwel automatisch kindgedrag op. Wanneer een leidinggevende in de kindrol schiet, ontstaat er onzekerheid in het team. Alleen de volwassenrol creëert duurzame professionele relaties.
A. Leidinggeven vanuit de ouderrol
Onder druk schieten veel leidinggevenden in de ouderrol. Dat kan zorgend, beschermend of kritisch zijn.
Zorgende ouder in leiderschap:
- ‘Laat mij het maar oplossen.’
- ‘Ik neem dit wel even van je over.’
Beschermende ouder:
- ‘Ik wil eerst alles zien voordat het eruit gaat.’
- ‘Vanaf nu gaat alles via mij.’
Kritische ouder:
- ‘Dit moet gewoon beter.’
- ‘Ik verwacht dat dit vanaf nu niet meer gebeurt.’
- ‘Zo werken we hier niet.’
Op korte termijn geeft dit duidelijkheid en controle. Op langere termijn ontstaat afhankelijkheid of weerstand.
Wat roept ouderlijk leiderschap op?
- Aangepast kindgedrag: medewerkers gaan pleasen, zich indekken of vermijden verantwoordelijkheid.
- Rebels kindgedrag: medewerkers gaan mopperen, vertragen of zich afzetten.
De leider denkt grip te krijgen, maar vergroot juist de afhankelijkheid.

B. Leidinggeven vanuit de volwassenrol
Leidinggeven vanuit de volwassenrol betekent dat je helder bent over doelen, verwachtingen en verantwoordelijkheden, zonder de ander kleiner te maken. Je bent duidelijk over resultaat, maar blijft relationeel gelijkwaardig. Kenmerken van volwassen leiderschap:
- Je maakt onderscheid tussen gedrag en persoon.
- Je spreekt concreet waarneembaar gedrag aan.
- Je stelt onderzoekende vragen.
- Je geeft ruimte voor eigen verantwoordelijkheid.
- Je corrigeert zonder te vernederen.
- Je bent voorspelbaar en consistent.
Voorbeeld 1 – Deadline niet gehaald:
‘Ik zie dat de deadline niet gehaald is. Dat heeft impact op het project. Wat is er gebeurd en wat heb je nodig om dit de volgende keer wel te halen?’
Voorbeeld 2 – Onvoldoende voorbereiding:
‘Je bijdrage in de vergadering was inhoudelijk nog niet scherp genoeg. Wat had je nodig om je beter voor te bereiden?’
Voorbeeld 3 – Conflictsituatie in het team:
‘Ik hoor spanning tussen jullie. Laten we feitelijk kijken wat er gebeurt en welke afspraken nodig zijn.’
Wat levert volwassen leiderschap op?
- Medewerkers nemen eigenaarschap.
- Fouten worden sneller besproken.
- Minder defensief gedrag.
- Meer psychologische veiligheid.
- Groei in taakvolwassenheid.
De volwassen leider hoeft minder te controleren, omdat verantwoordelijkheid lager in de organisatie blijft.
C. Leidinggeven vanuit de kindrol
Ook leiders kunnen in de kindrol terechtkomen. Dat gebeurt vaak bij onzekerheid, gebrek aan steun of angst voor afwijzing. Kenmerken:
- Lastige gesprekken uitstellen.
- Behoefte hebben om aardig gevonden te worden.
- Zich verdedigen bij kritiek van bovenaf.
- Twijfelen aan eigen positie.
Voorbeelden:
- ‘Ik kan het ook nooit goed doen.’
- ‘Ze luisteren toch niet naar mij.’
- ‘Ach, laat maar, het heeft geen zin.’
Hier verliest de leider zijn stevigheid. Het team voelt onduidelijkheid. Grenzen vervagen. Informele macht verschuift. Kindgedrag bij leiders creëert onzekerheid in teams, omdat medewerkers geen duidelijke volwassen positie ervaren. Volwassen leiderschap betekent dus niet streng zijn. Het betekent stevig, helder en relationeel gelijkwaardig blijven ook onder druk.

Hoe ontvang je leiding vanuit de volwassenrol, ouderrol of kindrol?
Niet alleen leidinggeven, maar ook leiding ontvangen gebeurt vanuit een rol. En hier zie ik in organisaties misschien wel de meeste onbewuste patronen ontstaan. De manier waarop jij reageert op je leidinggevende bepaalt namelijk of er een volwassen werkrelatie ontstaat of een ouder-kinddynamiek.
Leiding ontvangen vanuit de volwassenrol
Wanneer je leiding ontvangt vanuit de volwassenrol, blijf je in positie. Je erkent de hiërarchie, maar je blijft psychologisch gelijkwaardig.
Kenmerken:
- Je luistert zonder direct te verdedigen.
- Je onderzoekt wat er feitelijk gezegd wordt.
- Je scheidt gedrag van identiteit.
- Je neemt verantwoordelijkheid waar die terecht is.
- Je stelt verduidelijkende vragen.
Voorbeeld:
Je leidinggevende zegt: ‘Ik vind dat je presentatie onvoldoende scherp was.’
Een volwassen reactie zou kunnen zijn: ‘Dank voor je feedback. Kun je concreet aangeven wat je miste, zodat ik het kan verbeteren?’
Of: ‘Ik hoor dat je niet tevreden bent over de scherpte. Bedoel je de inhoud of de structuur?’
Wat levert dit op?
- Duidelijkheid.
- Groei.
- Respect.
- Een professionele relatie.
Je blijft eigenaar van je ontwikkeling, zonder in verdediging of aanval te schieten.
Leiding ontvangen vanuit de kindrol
Wanneer je leiding ontvangt vanuit de kindrol, voel je je snel persoonlijk geraakt. Feedback voelt als afwijzing. Kenmerken:
- Je voelt je aangevallen.
- Je schiet in verdediging.
- Je trekt je terug.
- Je zoekt bevestiging bij collega’s.
- Je gaat klagen over onrecht.
Voorbeelden:
- ‘Zie je wel, het ligt altijd aan mij.’
- ‘Wat ik ook doe, het is nooit goed genoeg.’
- ‘Anderen doen het toch ook zo?’
- Stil worden en het gesprek vermijden.
Onderliggend speelt vaak de overtuiging: ‘Ik ben niet oké.’ Het gevolg is dat je ontwikkeling stagneert en de relatie met je leidinggevende onder druk komt te staan.
Leiding ontvangen vanuit de ouderrol
Ook medewerkers kunnen in de ouderrol reageren op hun leidinggevende. Dan ontstaat er een omgekeerde machtswip. Kenmerken:
- Je beoordeelt het leiderschap van je leidinggevende.
- Je reageert cynisch of betweterig.
- Je minimaliseert de feedback.
- Je legt de verantwoordelijkheid terug.
Voorbeelden:
- ‘Misschien moet jij eerst eens leren hoe je beter plant.’
- ‘Als jij duidelijker was geweest, was dit niet gebeurd.’
- ‘Dit slaat echt nergens op.’
Hier ga je boven je leidinggevende staan. Dat lijkt krachtig, maar het ondermijnt samenwerking. In alle drie de gevallen zie je hetzelfde principe terug: zodra je uit de volwassenrol stapt, verdwijnt gelijkwaardigheid. En zonder gelijkwaardigheid is er geen professionele dialoog mogelijk. Volwassen leiding ontvangen betekent dus niet volgzaam zijn. Het betekent stevig blijven staan, verantwoordelijkheid nemen en in gesprek blijven.
Waarom vraagt taakvolwassenheid om communicatie in de volwassenrol?
Taakvolwassenheid betekent dat iemand in staat is zelfstandig verantwoordelijkheid te nemen voor zijn werk. Maar taakvolwassenheid ontstaat niet in een ouder-kinddynamiek.
Wanneer een leidinggevende voortdurend controleert of redt, blijft de medewerker afhankelijk. Wanneer een medewerker zich als slachtoffer opstelt, groeit eigenaarschap niet. Taakvolwassenheid vraagt:
- Duidelijke verwachtingen.
- Heldere feedback.
- Ruimte om fouten te maken.
- Verantwoordelijkheid nemen voor resultaat.
Dat kan alleen in Volwassene–Volwassene communicatie. Hoe hoger de taakvolwassenheid, hoe minder oudergedrag nodig is. En hoe sterker de volwassen communicatie, hoe sneller taakvolwassenheid groeit.
Wat betekent volwassen-volwassen communicatie voor teams?
Teamontwikkeling is in essentie een ontwikkeling van ouder-kinddynamiek naar volwassen-volwassenrelaties.
In veel teams zie ik impliciete boven-onderverhoudingen ontstaan. Niet alleen tussen leidinggevende en medewerker, maar ook tussen collega’s onderling. Eén teamlid neemt steeds de expertpositie in. Een ander stelt zich afhankelijk op. Weer een ander moppert vanaf de zijlijn.
Dat zijn geen persoonlijkheidskenmerken. Dat zijn rollen.
Hoe ziet een ouder-kinddynamiek in een team eruit?
- Een informele leider die alles controleert.
- Collega’s die afwachten en weinig initiatief nemen.
- Teamleden die klagen maar geen verantwoordelijkheid pakken.
- Subgroepjes waarin wordt gemopperd over ‘het management’.
Hier ontstaat afhankelijkheid. Energie lekt weg. Eigenaarschap blijft laag. De kritische ouder roept aangepast of rebels kindgedrag op. De zorgende ouder houdt anderen klein door over te nemen. Het aangepaste kind wacht op instructie. Het rebelse kind ondermijnt besluiten. Zo blijft het team gevangen in een machtswip.
Wat verandert er in volwassen-volwassen teams?
In volwassen-volwassenrelaties verschuift de dynamiek fundamenteel. Kenmerken van zo’n team:
- Mensen spreken elkaar direct aan op gedrag.
- Feedback wordt gezien als informatie, niet als aanval.
- Fouten worden besproken zonder schuldvraag.
- Rollen en verantwoordelijkheden zijn helder.
- Meningsverschillen worden inhoudelijk uitgewerkt.
Hier is geen boven-onderpositie nodig om invloed te hebben. Invloed ontstaat door helderheid en verantwoordelijkheid. Volwassen-volwassencommunicatie betekent niet dat er geen hiërarchie is. Het betekent dat hiërarchie niet wordt misbruikt om psychologisch boven of onder te staan. Teamontwikkeling is daarom geen kwestie van gezelligheid of betere vergadertechniek. Het is het ontwikkelen van volwassen communicatie. Zolang teamleden elkaar vanuit ouder of kind blijven benaderen, blijft het team hangen in afhankelijkheid of strijd. Pas wanneer teamleden verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen behoeften, emoties en gedrag, ontstaat professionele gelijkwaardigheid.
En daar begint echte samenwerking.
Reflectievragen: vanuit welke rol communiceer jij?
Tot slot nodig ik je uit om eerlijk naar jezelf te kijken. Niet om jezelf te veroordelen, maar om bewust te worden. Stel jezelf de volgende vragen:
- In welke situaties schiet ik het snelst in mijn kritische ouder?
- Wanneer neem ik verantwoordelijkheden over die eigenlijk niet van mij zijn?
- Op welke momenten voel ik mij snel persoonlijk aangevallen?
- Welke zinnen zeg ik regelmatig die wijzen op oordeel of verwijt?
- Wanneer pas ik mij aan om conflicten te vermijden?
- In welke gesprekken voel ik mij boven de ander staan?
- In welke gesprekken voel ik mij juist kleiner of afhankelijk?
- Hoe reageer ik op feedback van mijn leidinggevende of collega’s?
- Wat gebeurt er met mijn communicatie wanneer ik onder druk sta?
- Wat zou de volwassenrol in mijn meest lastige gesprek anders doen dan ik nu doe?
Neem één recente situatie in gedachten en loop deze vragen langs. Bewustwording is de eerste stap naar volwassen-volwassencommunicatie.
Veelgestelde vragen over ouderrol, volwassenrol en kindrol
Tot slot beantwoord ik een aantal vragen die ik vaak krijg tijdens trainingen en coachtrajecten.
1. Is de ouderrol altijd negatief?
Nee. De ouderrol is niet per definitie verkeerd. Grenzen stellen, normen aangeven en veiligheid creëren zijn essentieel in leiderschap en opvoeding. Het wordt problematisch wanneer je structureel boven de ander gaat staan en gelijkwaardigheid verdwijnt.
2. Hoe kom ik uit mijn kindrol wanneer ik getriggerd word?
De eerste stap is herkennen dat je geraakt bent. Daarna helpt het om jezelf af te vragen: wat voel ik nu en welke behoefte zit daaronder? Door die verantwoordelijkheid bij jezelf te houden, kun je terugschakelen naar de volwassenrol.
3. Kun je meerdere rollen tegelijk hebben?
Ja. In één gesprek kun je wisselen tussen ouder, kind en volwassene. Zeker onder stress kan dat snel gaan. Bewustwording helpt om sneller terug te keren naar volwassen-volwassencommunicatie.
4. Wat is het verschil tussen de dramadriehoek en volwassen communicatie?
In de dramadriehoek bewegen mensen tussen aanklager, redder en slachtoffer. In volwassen communicatie neem je verantwoordelijkheid voor je eigen gedrag en behoeften. Wil je dit verder verdiepen? Lees dan ook het artikel over de reddingsdriehoek en autonomie.
5. Hoe ontwikkel ik mijn communicatie in de volwassenrol?
Dat vraagt oefening, feedback en reflectie. In een communicatietraining leer je patronen herkennen en actief schakelen naar volwassen gedrag. Meer weten? Bekijk de mogelijkheden rondom communicatietraining en leiderschapsontwikkeling op De Steven.
Training communicatie en gesprekstechnieken
Wil je een training communicatie en gesprekstechnieken volgen?
- boek snel effect door onze training communicatie en gesprekstechnieken die zelfs individueel te volgen is
- bekijk de training effectief beïnvloeden
- wij hebben een training communicatie voor leidinggevenden voor het hoger en middenkader ontwikkeld
- bekijk de training communicatie voor technici
Testen, webinars en E-book
Bekijk onze webshop waar je tal van aanbiedingen treft zoals:
- Webinar over persoonlijke communicatie
- E-book over authentiek communiceren (in PDF)
- Communicatietest
Auteur
Dit artikel is geschreven door Jan Stevens. Jan Stevens is eigenaar en oprichter van De Steven training & coaching (www.desteven.nl). Op deze website tref je meer dan 2000 blogs over persoonlijke ontwikkeling, loopbaan, leiderschap, teamontwikkeling, hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid.

Publicatiedatum: 10-05-2014
Update: 20 februari 2026





